Hierbij een terugblik en foto’s van Marc Walenberg, zoon van Gerda van Gijzel.
Jaarvergadering MSCCH 2026 29 maart 2026
Op naar die gouden pin

Wat hebben we genoten!!
Appten mijn moeder (een goede bekende binnen de club, Gerda van Gijzel) en ik aan elkaar, na de zondag
waarop we samen naar de Cannenburgh kwamen voor de jaarvergadering.
En als ik eerlijk ben, kwamen we helemaal niet voor die vergadering. We kwamen voor het kasteel. En voor
de gezelligheid! Dat laatste was er door mijn wijlen vader (Paul Walenberg), al in goede mate met de
paplepel ingegoten.
Mijn moeder appte me namelijk half maart om te vragen of ik meeging naar de
jaarvergadering. En hoe graag ik mijn moeder ook bij sta, leek me die vergadering wat
saai en ik stelde dan ook heel streng de vraag of dat leuk zou zijn? Beleefd als ze is,
antwoordde ze dat het waarschijnlijk alleen voor haar leuk zou zijn en dat we het dan
maar moesten laten zitten.
Parallel had ze me echter ook de uitnodiging gemaild (ja ja, ze is voor haar leeftijd
echt behoorlijk digital-savvy) en toen ik het programma zag, met een gezellig klinkend
welkom, feestelijk klinkende veteran-pins, zelfs een Peter Morgan trofee, een
smakelijke lunch (de MSCCH toch nog wel een beetje kennend wist ik dat dat geen
saaie boterham kaas zou zijn), een zeer aansprekende tour door kasteel de
Cannenburgh en voor als we nog kracht zouden hebben, een lekkere dorstlessende
borrel ter afsluiting, appte ik mijn moeder dat het misschien toch wel leuk zo zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Dus pikte ik mijn moeder die zondagochtend in Bussum op en
toerden we lekker in het zonnetje naar Vaassen. Niet meer met de Morgan, want die
had mijn moeder, na ‘m als eerste vrouw in Nederland in 1975 bij meneer Weber te
hebben besteld, ‘m ondanks zijn ontmoediging dat het geen auto voor een dame zou zijn, ‘m in 1978 toch
afgeleverd te hebben gekregen en na ‘m 42 jaar te hebben gereden, in 2019 verkocht. Dat omdat in- en
uitstappen op haar 80e toch echt een dingetje werd. Helaas dus geen Morgan meer, maar wel met het
panoramadakje van mijn auto open, omdat ik dat van kinds af aan heb geleerd dat zodra de zon schijnt, het
dak open moet.
En bij aankomst deed zich daarna meteen de eerste enorme toevalstreffer voor: voor het eerst in mijn leven,
kwam er precies bij onze aankomst een Morgan aanrijden in dezelfde unieke
kleurstelling als de Morgan die mijn moeder in mijn geboortejaar 1975 bestelde! 
Vol verbazing zei ik dat ik die nog
nooit had gezien en daar bleek
een leuk verhaal achter te zitten.
Mijn moeder was namelijk in 1989
met haar beige Morgan met bruine
spatborden in Monza, Italië. Ze
reed daar zelfs over het circuit en
maakte indruk op een Italiaan, die
eenzelfde kleurstelling wilde.
Geïnspireerd door de kleurstelling van mijn moeders Morgan, liet hij
zijn Plus 8 in eenzelfde kleurstelling spuiten en die is later klaarblijkelijk aan een
Nederlander verkocht. En laat die nou precies aan komen rijden, toen wij arriveerden bij de Cannenburgh!
Toevalstreffer nummer 2, deed zich voor bij binnenkomst. Daar werd ik namelijk vrijwel direct aangeschoten
door een uitermate vriendelijke heer, die mij vroeg of ik de persoon was die recent in Turnhout een
Morganeer had gesproken. Hoe dan?!
Small small world, want dat klopte! Die genoemd Morganeer die
ik bij een spontane ontmoeting in een gezellig kroegje in Turnhout
sprak, was blijkbaar de schoonzoon van Hans Kleiberg. En om
die toevalstreffer te completeren, werd er ook nog een mooie
Veteran Pin aan deze zeer vriendelijke Hans uitgereikt.
Daarmee zat de gezelligheid er al goed in en al snel volgde
toevalstreffer nummer 3.
Want diezelfde vriendelijke man van diezelfde kleur Morgan als die van mijn moeder,
won vervolgens de Peter Morgan Award!
En nou heeft Meino Binnema zeerzeker een indrukwekkende lijst van
zaken gedaan voor de club, maar als buitenstaander denk ik stiekem
toch…… dat het ook aan de kleur van zijn Morgan heeft gelegen! Want
mijn moeder won diezelfde Peter Morgan Award ook eerder.
Later hebben we samen met de nieuwe winnaar op de
wisseltrofee gezocht en inderdaad geconstateerd, dat op de
trofee keurig stond vermeld dat het in 2003 was, dat mijn
moeder diezelfde trofee in ontvangst mocht nemen.

Daarna was het tijd voor de smakelijke lunch. En omdat we
gezellig in gesprek zaten, wachtte ik vol goede hoop af totdat
de rij voor het buffet wat korter zou worden. Dat gebeurde echter niet, dus toen ik aansloot en wat langer in
de rij moest staan, raakte ik daar toevallig in gesprek met een voor mij onbekende heer. Maar nee hoor. Ook
die bleek niet onbekend. Want toen hij vertelde dat hij als liefhebber van Morgans en als opleider van piloten,
via een student van hem, waar een portret door een kunstenares uit Roermond van was gemaakt die een
Morgan had en waarmee hij in contact werd gebracht, waarna hij haar
ontmoette, nog enthousiaster werd voor Morgans en er later dan ook zelf eentje
kocht, viel het kwartje bij me en was het toevalstreffer nummer 4.
Dit moest de man zijn, waar mijn moeder me vorige zomer nog vol vreugde bijgaande foto
van stuurde. Want nou net deze vriendelijke Maurizio Santuz, was het die mijn
moeder op was komen halen voor een rit in zijn blauwe Morgan!
In diezelfde rij voor de lunch had ik naast al die toevalligheden, overigens ook
nog een binnenpretje, dat ik toch ook wel weer met jullie wil delen. Ik herinnerde
me namelijk dat ik als jonge tiener onder andere bij het oprichten van de
Zuid-Limburgse Splinterclub in 1987 was en dat ik bij dat soort gelegenheden
altijd by far de jongst aanwezige was. En in die rij voor het lunchbuffet, zag ik dat ik,
ondanks dat ik inmiddels ook al meer dan een halve eeuw op aarde ben, ook
nu nog steeds by far de jongste was!
Maakte het er zeker niet minder gezellig op, maar liet me toch denken over
waarom mijn generatie toch vaker voor die welbekende sportwagens uit
Zuffenhausen gaat. En terwijl ik twijfelde over wat ik zou doen als ik de middelen zou hebben voor zo’n leuke
auto, werden we opgeroepen voor de rondleiding door het kasteel.
Superleuke toer door het kasteel door een erg inspirerende
gastheer, die bevlogen en zeer animerend vertelde over wat
er allemaal in het kasteel te zien was.
Daarover elders in de Fata Morgana een leuk en informatief
verslag van Dieneke Onderdelinden en daarbij voor mij de
bewustwording van hoe bijzonder het was dat het juist mijn
moeder was, die een Morgan had. Want de
vanzelfsprekendheid dat “de mannen in de vergadering
gingen” en dat de partners dus de vrouwen waren, liet mij
inzien hoe kranig mijn moeder al die decennia in deze “mens
wereld” moet zijn geweest.
Toen ze me dan ook bescheiden influisterde dat ze niet zeker wist of de administratie van de MSSCH wel
wist dat ze onder haar toenmalige naam (Gerda van Tol) al in 1978 lid is geworden, of dat het toch onder
haar eigen meisjesnaam een aantal jaar later was, twijfelde ik niet om voor haar in de bres te springen en
Bert Roosenbrand aan te spreken, om bij hem aan te geven dat mijn moeder dan over twee jaar ook in
aanmerking zou mogen komen voor een gouden veteranen pin.
Die gaf passend bij alle gezelligheid en alle bijzondere
toevalligheden, natuurlijk aan dat hij dat in administratie zou laten
arrangeren, dus zodoende kijk ik echt met veel plezier terug naar
deze jaarvergadering en kijk ik met net zoveel plezier vast uit naar
de jaarvergadering van 2028 waarbij mijn moeder dan misschien
wel al eerste vrouw ooit, een gouden veteranen pin zou kunnen
krijgen!
Graag tot dan allemaal. En wie weet tot eerder, want zodra ik de
loterij win, denk ik dat ik door deze weer erg leuke ervaring met de
MSCCH, toch niet naar een Zuffenhauser zal kijken, maar toch
echt voor zo’n 340pk tellend stijlicoon ga, zo hoe ik die in fraai duo
bij ons vertrek zag staan….

meer foto’s