De geschiedenis van de club

 

Open rijden hoort erbij

Morgan-rijders kennen het: het weerbericht ziet er twijfelachtig uit, maar de rit gaat gewoon door. De kap blijft vaak zo lang mogelijk omlaag, want een Morgan rijd je nu eenmaal het liefst open.

Er wordt wel eens gezegd dat je een echte Morgan-rijder herkent aan twee dingen: een brede glimlach en een regenjas in de kofferbak. Een beetje regen hoort er gewoon bij. Sterker nog, veel rijders vinden dat juist deel van de charme. Want of de zon nu schijnt of er een buitje valt — een rit in een Morgan is altijd een belevenis.

De praatpauzes onderweg

Bij Morgan-ritten gebeurt het regelmatig: de stoet auto’s stopt ergens voor koffie, en voordat iedereen het doorheeft staat er alweer een groep nieuwsgierige voorbijgangers om de auto’s heen.

“Uit welk jaar is hij?”
“Is dat echt hout?”
“Worden ze nog gemaakt?”

Morgan-rijders kennen de vragen inmiddels uit het hoofd en beantwoorden ze meestal met zichtbaar plezier. Zo verandert een korte koffiestop vaak vanzelf in een klein spontaan autoshowsetje. Het typeert de Morgan: een auto die overal gesprekken op gang brengt.

 

Geschiedenis

De Dam vol Morgans (1987)

Een van de beroemdste en meest memorabele bijeenkomsten uit de clubgeschiedenis vond plaats in 1987 tijdens de meeting aan het strand en circuit van Zandvoort.

Naast een “Morgan‑only race” was er een indrukwekkende delegatie van Britse drie‑wielers én Morgan‑rijders uit het Verenigd Koninkrijk aanwezig.
Het hoogtepunt voor velen was de rijtocht door Amsterdam, begeleid door de motorpolitie. De stoet Morgans trok zoveel aandacht dat de stad even letterlijk werd overgenomen door een zee van klassieke sportwagens. De optocht eindigde op de Dam, waar de autoshow een prachtig en kleurrijk beeld opleverde: een plein dat gevuld was met Morgans en hun enthousiaste eigenaren — een moment om nooit te vergeten.