RIJ-IMPRESSIE

Van de ooit zo trotse en grote Britse auto-industrie is weinig meer over. Maar Morgan, zo’n beetje nog het allerlaatste merk dat volledig Brits is, komt met een nieuw model. Dat werd ook wel tijd: sinds 1936 heeft Morgan slechts twee modellen voortgebracht.

Wanneer we wegrijden vanaf luchthaven Londen Heathrow, worden we direct getroffen door een situatie die veel liefhebbers van Engelse auto’s bekend voor zal komen: koelingsproblemen. De meter van de gloednieuwe Plus Six schiet in het rood en komt niet meer terug, ook niet wanneer we de kachel aanzetten, of sneller gaan rijden. Knap dat de Engelsen in staat zijn om een betrouwbare BMW-motor te voorzien van typisch Britse motorproblemen, denken we nog. Maar een oververhitte motor blijkt niet wat de Britten bedoelden, toen ze zeiden dat de nieuwe Plus Six opnieuw een karaktervolle auto zou worden.

Wat ze wél bedoelden, was dat de auto een klassiek uiterlijk zou combineren met moderne techniek. Een digitaal dashboard bijvoorbeeld, of de aansluitmogelijkheid voor je eigen smartphone, plus zaken als een snel schakelende ZF-versnellingsbak, een wielophanging die niet meer rechtstreeks is afgeleid van de strijdwagen van Ben Hur en een grotendeels uit aluminium opgetrokken chassis. En hout. Veel hout. Voor de deuren, een belangrijk deel van de achterzijde en op een groot aantal andere plekken als steun voor de aluminium panelen.

Maar de Plus Six heeft ook een heleboel zaken niet. Airbags bijvoorbeeld, of elektronische stabiliteitscontrole. Ook een fatsoenlijke kofferbak en een volwaardig reservewiel ontbreken. Vooral dat laatste is jammer, want het wiel achterop vormde altijd een markant element in de lijn van de klassieke Morgan. ,,Het wiel werd te groot en te zwaar”, verklaart woordvoerder James Gilbert. ,,Bovendien was er te weinig ruimte om het half te laten wegzinken in de carrosserie zoals bij het klassieke model.” We moeten het er maar mee doen, net als met het instrumentarium, dat zogenaamd modern moet ogen, maar qua styling in onze ogen beter past bij eierwekkers dan bij een retro-moderne sportwagen.

Smederij

Voordat we gaan rijden, is het eerst tijd voor een bezoek aan de plek waar de Plus Six wordt geproduceerd. De Morgan-fabriek oogt nog altijd meer als een vooroorlogse smederij dan een moderne autofabriek. De enige robot die we aantreffen rijdt op wieltjes en maait het gras naast de fabriek. Voor de rest is het een combinatie van een metaalbewerkingsbedrijf, een houtzagerij en een automuseum. Ongelofelijk dat ze hier in deze ogenschijnlijke chaos toch jaarlijks nog zo’n 850 modellen fabriceren – een aantal dat ze de komende jaren hopen te verdubbelen. De fabriek is zo fotogeniek dat het aantal bezoekers ieder jaar stijgt. Inmiddels zijn het er bijna 35.000 per jaar – allemaal liefhebbers van dit laatste staaltje ouderwets Brits vakmanschap.

De Engelsen zijn natuurlijk uitermate trots op dit sprookje van de laatste echte Britse autofabriek, maar zo mooi als het wordt voorgespiegeld, is het helaas niet meer. Het Italiaanse bedrijf Investindustrial is sinds kort eigenaar van het merendeel van de aandelen en dus is ook dit stuk Britse auto-industrie deels verloren gegaan. Desondanks heeft de familie Morgan nog altijd een flinke vinger in de pap en dat is waarschijnlijk de reden dat je je nog altijd waant in een decor uit de tijd van de industriële revolutie.

Mix

De nieuwe Plus 6 is desondanks een auto met een goede mix tussen oud en nieuw. Qua chassis is het merendeel van het houtwerk vervangen door aluminium en de aandrijflijn is integraal overgenomen van BMW. Het gaat hierbij om de 340 pk sterke, 3.0 liter zescilinder lijnmotor met turbo’s die ook in de Toyota Supra en BMW Z4 ligt. Dat was allemaal niet erg geweest, ware het niet dat we bij het bekijken van het interieur de karakteristieke BMW-schakelpook van de achttraps ZF-bak aantreffen. Het geeft de auto een beetje het karakter van een ‘kitcar’. De BMW-pook oogt totaal misplaatst en dat weten ze bij Morgan. Helaas was het technisch gezien onmogelijk om er een alternatief voor te produceren. Hét grote voordeel ten opzichte van zijn voorganger is echter de toegenomen binnenruimte. Personen tot twee meter voelen zich nu prima achter het stuur. Er is meer dan voldoende ruimte voor armen en benen, alleen de voetenbak had nog iets breder mogen zijn.

De Plus Six is angstaanjagend snel met zijn acceleratie van 0-100 km/u in 4,2 seconden en doordat je laag zit en alle zintuigen worden geprikkeld, lijkt het nóg harder te gaan. Bij plankgas begint de motor te razen, de turbo’s sissen en de inzittenden worden getrakteerd op een enorme golf hete lucht die ontsnapt uit de ‘louvres’ in de motorkap. Echt mooi kunnen we het geluid niet noemen. De motor klinkt ongeveer zoals in de BMW Z4 en Toyota Supra: dreunend bij lage toerentallen en razend bij hoge toerentallen, maar nooit melodieus of oorstrelend. Hooguit zijn de turbo’s hier beter hoorbaar, wat leidt tot iets meer beleving.

Grip

De wegligging is uitstekend. Zodra je je vertrouwd voelt met de lange neus en zitpositie op de achteras en harder durft te gaan, merk je hoeveel grip de auto heeft. Ook halverwege de bocht kan er nog een tandje bij: de achterwielen graven zich in het wegdek en de auto schiet er vandoor. Zelfs op slecht wegdek laat de auto zich niet van de wijs brengen, ook al ligt hij niet zo strak op de weg als je zou verwachten. Het voelt allemaal misschien niet zo vertrouwenwekkend aan, maar de auto kán het wel. Dat is uiteraard een deel van de charme.

De besturing is elektromechanisch bekrachtigd en dus niet zo zwaar als in een Donkervoort, maar toch exact en direct genoeg om een zeer sportieve rijervaring mogelijk te maken. Wie echt sportief wil rijden, kan nog de Sport Plus-stand inschakelen. Daartoe zet je de bak op handmatig en druk je op de Sport Plus-knop. De bak en het gaspedaal reageren dan sneller. Zoals in alle auto’s waar deze ZF-bak is geplaatst, doet ‘ie ook hier zijn werk perfect. Nooit schakelt de achttraps automaat op in bochten en in combinatie met het sperdifferentieel wordt de aandrijving voorbeeldig overgebracht op het wegdek. Dat moet ook wel, want elementaire zaken als tractiecontrole en ESP ontbreken. We kunnen ons kortom voorstellen dat rijden in de regen met deze amper 1000 kilo wegende Morgan in de regen nog een tikkeltje spannender wordt.

De nieuwe Morgan Plus Six is vanaf  nu in Nederland te koop. De prijslijst begint bij € 121.700.